TC001 Noodeindschakelaar

Beveiliging van een automatisch opwindsysteem van een torenuurwerkinstallatie d.m.v. een noodeindschakelaar

Technisch voorschrift TC001 dd. 31 oktober 2009:
 ook hier te downloaden Download TC001 (18kb).

Inleiding
Een automatisch opwindsysteem van een torenuurwerk bestaat in essentie uit een elektromotor die, met behulp van één of meerdere schakelaars, er voor zorgt dat het aandrijfgewicht van een uurwerk op gezette tijden wordt opgetrokken.
Er zijn vele soorten automatische opwindsystemen voor zowel gaand werk als slagwerk.
Een commando vanuit het uurwerk, of vanuit een PLC gestuurde unit, zet met een startschakelaar een motor in werking die middels een vertragingskast het aan een staalkabel, ketting of touw hangende aandrijfgewicht optrekt.
Een volgend commando, meestal een eindschakelaar die wordt bediend door het gewicht dat wordt opgetrokken, schakelt de motor uit. Start- en stopcommando zijn soms gecombineerd in één schakelaar.

In het verleden is diverse malen zeer ernstige schade aan uurwerken ontstaan doordat de
eindschakelaar, die het stopcommando moest geven, niet werkte waardoor de motor bleef doordraaien.

Het is daarom noodzakelijk dat torenuurwerkinstallaties zijn voorzien van een tweede eindschakelaar: de noodeindschakelaar.


Richtlijnen
In de machinebouw zijn richtlijnen opgesteld, waaraan een noodeindschakelaar moet voldoen.
Dit wordt beschreven in de zogenaamde machinerichtlijnen.
Het betreft de norm EN 60204-01:2006, hoofdstuk 9.3 artikel 9.3.1:

- Het opnieuw sluiten of terugstellen (“reset”) van een vergrendeld beveiligingsmiddel mag niet
leiden tot het in werking stellen van de machine of het uitvoeren van een beweging, indien hierdoor een gevaarlijke situatie kan ontstaan.

- Waar een te grote beweging kan leiden tot een gevaarlijke situatie, moet een standopnemer of eindschakelaar zijn aangebracht om een juiste besturingsactie te doen plaatsvinden.


Uitvoering van een noodeindschakelaar
Bij torenuurwerkinstallaties, voorzien van een automatisch opwindsysteem, moet in serie met de start- en stopschakelaar een extra noodeindschakelaar zijn geïnstalleerd. Deze dient het opwinden definitief te stoppen als de eindschakelaar, om welke reden dan ook, niet meer functioneert. Ook als het uurwerk blijft lopen mag het opwinden op geen enkele wijze worden hervat.

De beheerder van het uurwerk, of een door hem aangewezen technicus, moet een onderzoek instellen naar de oorzaak van de storing. Pas nadat de storing van de eindschakelaar is opgeheven, mag de noodeindschakelaar weer worden geactiveerd.
 

Noodeindschakelaar

Voorbeeld van noodeindschakelaar.